|
Cases:
Case 8. Tommy ofwel: je zal maar zo'n
broertje hebben...
Case 7. Spike: twee maal de
hoofdprijs!
Case 6. Boris: dat lucht op!
Case 5. Max heeft honger...
Case 4. Lucky, een hoopje ellende met een levershunt
Case 3. Inas en haar laatste examen
Case 2. Tessa, onze logée met bloedarmoede
Case 1. Bengie
Case 8. Tommy ofwel: je
zal maar zo'n broertje hebben...
 |
Het is Nieuwjaarsdag
als we Tommy met zijn broertje Timmy en de eigenaresse op De Kompaan
ontvangen. Tommy heeft een ernstige vorm van bloedarmoede.
Diagnostisch onderzoek wijst uit dat sprake is van bloedafbraak,
waardoor zijn hematocriet (het aantal rode bloedcellen) veel te laag
is. De IGM Coombs test is licht positief. Tommy heeft dringend
een bloedtransfusie nodig, wil een eventuele behandeling de kans
krijgen aan te slaan.
|
Uit de bloedgroepbepaling bij de beide broertjes blijkt dat zijn broertje
donor kan zijn. Binnen een half uur ligt Tommy aan het infuus en al vrij
snel zien we hem opknappen. Probleem: met een bloedtransfusie los je het
eigenlijke probleem niet op. Je 'koopt' alleen tijd. Het is zaak die tijd te gebruiken om
snel de oorzaak van het probleem
in kaart te brengen en een behandeling te starten.
Tommy verblijft uiteindelijk een dag of tien op De Kompaan. Het vermoeden
bestaat dat in zijn geval sprake is geweest van 'koude agglutinatie',
een zeldzame bevinding die inhoudt dat onder invloed van een lage
omgevingstemperatuur bloedafbraak optreedt. Dit betekent dat de
eigenaresse
- het klinkt wellicht vreemd - het advies krijgt Tommy voorlopig, 's
winters althans, binnen te houden. We controleren nog een aantal keren het
bloed van Tommy, maar inmiddels is hij genezen verklaard.En Timmy? Die
was maar wat blij om zijn broertje weer terug te zien. Het bloed kruipt
immers, waar het niet gaan kan!
Case 7. Spike: twee maal
de hoofdprijs!
Spike, een ongecastreerde Rottweiler reu,
werd binnengebracht met een duidelijke zwelling rond de anus en moeite met
poepen. Het was de eigenaar opgevallen dat de hond met plassen geen duidelijke
straal produceerde. Bij Spike bleek sprake te zijn van een beiderzijdse 'hernia
perinealis', waarbij ook de blaas en
prostaat ingeklemd zaten.
Een 'hernia perinealis' is, kort gezegd, een breuk in de bekkenbodem
spieren, waarbij de hond, door zijn viervoeterstand, een uitpuiling naar achteren krijgt.
Door de hernia komt er in het perineum meer ruimte.
In deze extra ruimte kan zich ontlasting ophopen, waardoor de
hond moeite met poepen. Soms ziet de eigenaar
hierdoor een uitpuiling
ontstaan rond de anus. Deze uitpuiling kan echter ook veroorzaakt worden
door organen die naar achteren geperst worden. Zo kunnen onder andere de
prostaat, de blaas en ook lichaamsvet hierin terecht komen.
Een andere
klacht die het gevolg kan zijn van de aandoening, is moeite met
plassen. Als hiervan sprake is, is snel ingrijpen noodzakelijk. De behandeling bestaat uit het operatief sluiten van
de hernia met behulp van een spier. Deze
spier wordt losgemaakt van de bekkenbodem, vervolgens in de hernia
geplaatst en vast gezet met onoplosbare hechtingen.
Als sprake is van een beiderzijdse hernia,
kunnen beide breuken soms, maar niet altijd, in één operatie
gesloten worden. Het zijn vooral oudere reuen, die risico lopen een hernia
perinealis te ontwikkelen. Waarschijnlijk draagt een vergrote prostaat
hier mede aan bij. Daarom luidt het advies aan eigenaren om de hond bij
het verhelpen van het probleem direct ook te laten castreren.
En Spike? Die is
kort na de diagnose met succes geopereerd. Eén ingreep bleek voldoende om
beide breuken te verhelpen.
Top
Case 6.
Boris: dat lucht op!
In het rectum (endeldarm) kunnen woekeringen van het
slijmvlies ontstaan. Deze woekeringen kunnen klachten veroorzaken zoals
persen op de ontlasting, bloedbijmenging in de ontlasting en indien er
sprake is van een grote woekering, mogelijk obstructie van het
maagdarmkanaal. De woekeringen kunnen goed- of kwaadaardig zijn en
het advies is dan ook om hier verder onderzoek naar te laten doen. Dit kan
onder andere plaats vinden in de vorm van een endoscopie en aansluitend
het nemen van histologische biopten.
Bij deze patiënt - Boris, een terriër
kruising van 11 jaar - werd een goedaardige woekering in de endeldarm
gevonden. Vanwege zijn klachten (persen) werd de tumor
chirurgisch verwijderd. Na de operatie is het weefsel opgestuurd voor
pathologisch onderzoek, met als uitslag een volledig verwijderde
goedaardige tumor. Op dit moment gaat het goed met Boris; hij heeft geen
last meer!
Top
Case 5. Max heeft honger...
 |
Op Eerste Kerstdag 2005 krijgen we aan het
begin van de avond telefoon.
Max, een 8 jaar oude retriever heeft in al zijn enthousiasme tijdens een strandwandeling geprobeerd
het broodje paté dat de eigenaresse in haar hand heeft, te
verorberen. Dat broodje valt in het zand. Vier volwassenen kijken elkaar
ongelovig aan, maar er is maar één conclusie mogelijk: Max heeft in plaats van
het broodje, een suède winterwant opgeslokt. En die vindt zijn
weg naar de maag. Als de eigenaren rond een uur of negen in Ommen arriveren,
liggen de spullen voor een gastroscopie klaar en brengen we Max
snel onder narcose. Een voorzichtige eerste inspectie maakt duidelijk dat de
slokdarm al behoorlijk geleden heeft van het omvangrijke maal. De want is de
opening naar de maag al gepasseerd, is vochtig en gezwollen; het
wordt een hele klus. Hoewel we een omvangrijke verzameling
accessoires tot onze beschikking hebben, die bij de verwijdering van
een vreemd voorwerp uit het maagdarmkanaal nu net doorslaggevend kunnen zijn,
blijft het spannend.
Nadat we meer dan een uur bezig zijn geweest en moeten constateren dat
het suède scheurt, telkens als we beet hebben, ziet het er somber uit
voor Max. In het ergste geval moet er alsnog operatief ingegrepen worden.
Dan bedenken we ineens dat we in een laatje nog één
instrument hebben liggen... Binnen tien
minuten hebben we de winterwant in een solide grip en voorbij de opening van
de maag. Centimeter na centimeter van de scoop komt tevoorschijn en tot onze
vreugde vissen we het kledingstuk in z'n geheel uit Max' zijn keel. Er is
niets achtergebleven en we kunnen hem nu snel bij kennis brengen. Enig ongemak
is wel merkbaar. De eerste minuten schraapt hij een paar keer zijn keel en
hij wil ook graag wat drinken. Maar het goede nieuws is dat Max mee naar
huis mag. En zo wordt Eerste Kerstdag 2005 voor zijn eigenaren een dag om
nooit te vergeten!
Top
Case 4. Lucky, een hoopje
ellende met een levershunt
 |
|
Op 18 mei 2004 krijgen we op De Kompaan bezoek van
mevrouw Kriekjes uit Hoogeveen, een fokster van Perzische katten. Ze is al eerder
bij ons geweest voor screenend onderzoek van haar foklijn. Er is een kitten
teruggekomen met tamelijk vage klachten. De poes is inmiddels een half jaar
oud, maar erg klein voor haar leeftijd en getuige de uitdraai van de patiëntenkaart,
heeft ze in dat korte leventje al menig bezoekje aan de
dierenarts gebracht. De eigenaar denkt aan epilepsie; de dierenarts vermoedt eerder
hartlijden. De fokster pakt door. Ze laat de poes op De Kompaan door Dr Gerritsen
onderzoeken. Lucky is dan zo slecht dat tot opname wordt besloten. Gedurende
enkele dagen observeert het team de poes en wordt bloedonderzoek ingezet. Het
ammoniakgehalte is zeer hoog. Om die reden besluit Dr Gerritsen een echo van de
buik te doen. Hij vermoedt een shuntaandoening. Een shunt is een foutief
aangelegd, extra bloedvat, dat ervoor zorgt dat ‘vervuild’ bloed weer terug in
circulatie komt. Shuntaandoeningen zijn buitengewoon lastig in beeld te
brengen, maar na volhardend zoeken kunnen we het probleem toch lokaliseren:
Lucky heeft inderdaad een levershunt. Haar bloed bevat zeer veel ammoniak,
wat ook de hersenuitval verklaart, die de eigenaresse heeft opgemerkt en
die ook wij tijdens Lucky’s verblijf terugzien: verschijnselen van epilepsie,
verkrampt trappen met de poten, even ‘wegvallen’.
Nu de diagnose rond is, is het zaak Lucky eerst te
stabiliseren, want ze is erg verzwakt. Ze krijgt aangepaste voeding toegediend
met een laxeermiddel. Hierdoor stabiliseert haar situatie zich. De poes kan wat
aansterken en wordt enige tijd later op De Wagenrenk succesvol geopereerd.
Verschillende televisieprogramma's laten tegenwoordig ‘extreme make-overs’
zien. Maar wat je daar ziet, is niets vergeleken bij Lucky vóór en Lucky na de
behandeling!
Top
Case 3. Inas en haar laatste examen
We
moeten
in januari 2005 in actie komen, als blijkt
dat Inas, een prachtige Duitse herdershond, een metalen ring heeft doorgeslikt.
Op röntgenfoto’s is de ring duidelijk zichtbaar in de maag. Inas, een
politiehond, lijkt er weliswaar weinig hinder van te ondervinden, maar de ring
moet er toch snel uit. Er wordt besloten om een endoscopie uit te voeren en de
hond wordt onder narcose gebracht. Al snel is duidelijk dat de ring in de maag
is vast komen te zitten, omwikkeld met gras en stro. Het slijmvlies is licht
geïrriteerd. Het chromen laagje is door het maagzuur helemaal weggevreten. Hoewel we over een grote hoeveelheid speciale tangetjes beschikken, vraagt het
de nodige creativiteit om de ring via de slokdarm te verwijderen. Maar al improviserend
met instrumenten en materialen lukt het toch. Een goede twintig minuten later
ligt de ring op tafel.
Inas is maar kort onder zeil geweest en heeft geen nare buikwond. Gelukkig maar, want
ze staat vlak voor haar laatste examen! Ze krijgt
wat antisedan gespoten en kan nog diezelfde middag weer naar huis, al krijgt
haar baas het advies om haar nog even rust te gunnen na dit opmerkelijke
avontuur.
Top
Case 2. Tessa, onze logée met bloedarmoede
 |
|
Dit lieve bastaard teefje komt, zoals wel vaker het geval
is, bij ons binnen met nogal vage klachten. Het is haar baasje opgevallen dat
ze de etensbak soms dagen onaangeroerd laat staan en sinds twee dagen drinkt ze
ook minder. Tessa maakt bij het lichamelijk onderzoek een te rustige indruk, ze
is wat uitgedroogd. De hartslag is veel te snel en bonzend. Haar slijmvliezen
zijn te bleek! De symptomen die Tessa vertoont, kunnen wijzen op meerdere
aandoeningen. Alleen door nader onderzoek te doen, kun je erachter komen wat er
precies aan de hand is. Dr Gerritsen besluit op basis van zijn bevindingen bloed
af te nemen en een echo-onderzoek van de buik te doen. Tessa wordt nog
diezelfde dag opgenomen want het bloedonderzoek laat zien zij aan ernstige
bloedarmoede leidt. Wat de oorzaak van deze bloedarmoede is, weten we op dat
moment nog niet, maar een bloedtransfusie is beslist noodzakelijk, gezien de
ernst van de situatie. Ook volgt een beenmergonderzoek.
Later zal blijken dat Tessa een geraffineerde vorm van
bloedafbraak heeft, die meerdere transfusies noodzakelijk maakt, omdat de
waarden steeds opnieuw teruglopen. Uiteindelijk zit ze bijna drie weken bij ons
in de opname, voor zij voldoende hersteld is om naar huis te gaan. Pas drie
maanden later is het aantal rode bloedcellen weer op het normale niveau.
Hoewel de techniek van bloedtransfusie in de diergeneeskunde
bekend was, werd deze in de praktijk heel weinig toegepast. Op De Kompaan zijn
bloedproducten voorhanden, sinds Dr Gerritsen met een collega de oprichting van een bloedbank
voor honden (en katten) heeft geïnitieerd: de EVBN, de Eerste Veterinaire
Bloedbank voor Honden. Een dankbaar project, want bij honden en katten komen,
net als bij mensen, vormen van bloedarmoede voor, die levensbedreigend kunnen
zijn. Een bloedtransfusie kan levensreddend zijn en geeft je meer tijd om de
oorzaak te achterhalen en deze te behandelen. In anderhalf jaar tijd hebben we op
De Kompaan al bijna 35 honden en een enkele kat behandeld met bloedproducten.
Maar liefst dertig van deze dieren hebben we kunnen redden. Een fantastisch
resultaat.
Na een verblijf van enkele weken in onze verpleegafdeling is
het eind oktober 2004 dan toch zo ver. Tessa mag weer naar huis. We zijn aan
haar gehecht geraakt en zij aan ons, al aarzelt ze geen moment als haar baasje
de kliniek binnenstapt. Ze is blij dat ze naar huis kan.
Top
Case 1. Bengie
 |
Medio december 2004 wordt Bengie verwezen naar De Kompaan. Zijn
baasje maakt zich zorgen, want deze vrolijke, attente
Berner Sennenhond is de laatste tijd kortademig. Hij kan wat hijgen en
hoesten en hij lijkt wat sneller moe. Ook de brokken smaken niet als
voorheen en dat is niets voor hem. Hij heeft gewicht verloren.
Bij het lichamelijk onderzoek blijkt dat de lymfeknopen vergroot zijn.
Hiervan wordt een zuigbiopt genomen, dat voor onderzoek naar het
laboratorium wordt opgestuurd. Na een dag komen de laboratoriumuitslagen
terug; Bengie lijdt aan maligne lymfoom, een kwaadaardige tumor,
uitgaande van de lymfecellen.
|
Maligne lymfoom is een tumorziekte, die tegenwoordig bij
honden vrij goed behandelbaar is met behulp van chemotherapeutica. Het doel
daarbij is het leven van de hond op een plezierige en diervriendelijke manier
nog (geruime) tijd te verlengen. Honden en katten hebben, vergeleken met mensen,
nauwelijks last van bijwerkingen als misselijkheid en haaruitval. Het toedienen van chemotherapeutica
is werk voor specialisten
interne geneeskunde. De keuze van het middel, de dosering en wijze van
toediening, alsook de complicaties die kunnen optreden tijdens de behandeling,
vragen diepgaande kennis van de oncologie. Ook stelt deze therapie eisen aan de
inrichting van de praktijk, de werkwijze en gebruikte materialen. Tenslotte is het van groot belang dat de eigenaar goed geïnformeerd wordt over de risico’s
rondom het gebruik van dergelijke middelen.
Mevrouw Hengst, de eigenaresse,
laat Bengie behandelen. Hij ontvangt op gezette
tijden injecties volgens een bepaald protocol. De hond reageert hierop goed:
de lymfeknopen worden kleiner en
de bloedwaarden herstellen zich naar normaal. Hij valt niet meer af en voelt
zich weer veel lekkerder. Jammer genoeg gaat de tumor enige tijd na
afronding van de therapie in remise. Bengie krijgt een terugval. In
overleg wordt besloten de hond op een onderhoudsdosering te zetten. Hij
doet het daar nog een tijd lang goed op.
Naschrift: In de nacht van 28 februari 2006 is Bengie op de leeftijd van
zesenhalf jaar overleden.
Top
|